1e graad

1e & 2e jaar middelbaar

 

 

1. De eerste graad slaat een brug tussen de basisschool en de studierichtingen van de 2e graad secundair onderwijs.
In ons eerste jaar A krijg je een brede vorming. De algemene vakken ( Nederlands, Frans, wiskunde en godsdienst) worden gegeven in je eigen klaslokaal. Voor andere vakken ga je samen met je klasgroep naar een daarvoor goed uitgerust vaklokaal. Elk vak wordt gegeven door een andere leerkracht. Er zijn enkele nieuwe vakken: natuurwetenschappen, aardrijkskunde, geschiedenis en technologische opvoeding. De volledige opsomming lees je in de lessentabel.
De lessentabel per richting in de 1e graad …

2. Je kan tussen twee basisrichtingen kiezen als je start in het Groenendaalcollege: Latijnse en Moderne. Het programma is in de eerste twee jaar sterk gemeenschappelijk. En toch heeft iedere richting zijn eigen accenten. In de afdeling Moderne is er vanaf 2010-11 een 2-uursvak "Ruimte voor … " voorzien waarin je een van je talenten verder kan onderzoeken of aanscherpen. In het eerste jaar kan je zo kiezen uit: Taal, Latijn, Sport, Sociale vaardigheden of Creativiteit. (Meer uitleg vind je via deze link.) In het tweede jaar zal de keuze meer gericht zijn op de mogelijkheden in de 2e graad. Over het kiezen van een studierichting in de 1e graad …

3. Door die verschillen in programma leer je beter je sterke en zwakke kanten. Zo wil onze eerste graad een goede voorbereiding leggen voor je verdere studiekeuze. Binnen onze eigen school voor ASO-onderwijs, in de directe omgeving in het scholencentrum en scholengemeenschap voor TSO- en BSO-onderwijs. 
Over andere scholen in de omgeving …

4. We trachten de overgang van lager naar secundair onderwijs soepel te maken. Voor de start van het schooljaar kunnen de nieuwe leerlingen en hun ouders samen met de klasleraar de school al verkennen. De klasleraar is een spilfiguur voor de leerlingen: bij hem of haar kunnen ze steeds terecht. Stilaan moeten leerlingen grotere stukken leerstof leren instuderen. Ze krijgen de kans om dit geleidelijk aan te leren. Daarom staat gemiddeld de helft van de punten op dagelijks werk in het eerste jaar. Daarnaast moeten ze basisvaardigheden als teamwerk, persoonlijk werk en zelfverantwoordelijkheid leren aanscherpen binnen en buiten het lesgebeuren. En in het tweede jaar richten we de aandacht binnen en buiten de vakken al reeds naar de studiemogelijkheden nadien.