Economie

Het vak economie werkt in de tweede én derde graad rond actuele onderwerpen uit de sociale en economische sfeer. Zo verruimen we onze kennis over de mens en de maatschappij.
We verwachten dat onze leerlingen belangstelling hebben in economisch-maatschappelijke problemen, voor verwerken van informatie en voor helder, logisch en kritisch denken.

In de tweede graad wordt de nadruk gelegd op de basiswerking van de onderneming. We leren een referentiekader om de wereld rondom vanuit een economisch oogpunt te beschrijven en verklaren. Terug naar de 2e graad …
In de derde graad past de leerling dit referentiekader toe. Ook leerlingen die in de tweede graad geen economie hebben gevolgd, kunnen in de derde graad in deze richting terecht. Het handboek, met bijhorende website, is zo uitgewerkt dat bij het begin van elk thema de verwachte voorkennis kan worden opgefrist. Daarnaast zal de leerkracht oog hebben voor deze hiaten in voorkennis en de leerling bijwerken. Terug naar de 3e graad …

Onze doelen zijn:
* vanuit een concrete situatie inzicht geven in de grote economische ideeën en verbanden, in hun sterktes en zwaktes;
* vaardigheden aanreiken om die kennis en inzicht ook praktisch te kunnen toepassen, om feiten van opinies te kunnen onderscheiden, om degelijk onderzoek te kunnen voeren;
* inzichten en vaardigheden te leren die helpen in verdere studies, in het latere beroepsleven, in de reële wereld.

Om dit te bereiken werken we met:
* De klassieke doceermomenten en de onderwijsleergesprekken.
* Groepswerk: leren samenwerken, luisteren, argumenteren en respect opbrengen voor afwijkende meningen. Het persoonlijk logboek is hier belangrijk.
* Individueel werk: geleidelijk leren maken van een eigen werkstuk via o.a. een portfolio en powerpoint-presentaties.
* Onderzoekswerk en mediagebruik: persoonlijk leren informatie verzamelen en verwerken uit teksten, tabellen en grafieken uit de meest diverse infobronnen.
* Veldwerk: via excursies kennis maken met de economie in de realiteit.

We evalueren de leerlingen op:
* de evolutie van hun verworven vaardigheden
* hun medewerking tijdens de leeractiviteiten en bij de voorbereiding hierop
* op de verworven theoretische kennis.

Gericht op de reële wereld:
* De leerling kan in de derde graad kiezen voor de optie ‘economische verdieping’. Hier krijgt de leerling de kans om het attest ‘bedrijfsbeheer’ te behalen. Dit attest is wettelijk verplicht bij het oprichten van een eigen zaak.
* In het zesde jaar kan de leerling kiezen om de theorie in de praktijk toe te passen als hij kiest voor de optie ‘mini–onderneming’.