Wetenschappen

Al in de eerste jaren krijg je een initiatie in de diverse wetenschappen. Waarin verschillen ze van de andere vakken?
- Ze bestuderen levende en niet-levende materie via de vakken biologie, fysica en chemie.
- Ze werken via empirisch (door experimenten bekomen) feitenmateriaal en de inzichtelijke verwerking ervan.
- Ze leren cijfermateriaal kritisch analyseren en evalueren.
- Ze brengen de motorische aanleg bij om met de nodige accuraatheid proeven uit te voeren.

In de tweede graad wordt in de eigen afdeling Wetenschappen het maximaal aantal uren wiskunde en exacte wetenschappen aangeboden: fysica (2u), biologie (2u) en chemie (2u). Het vak wiskunde (5u) leert die wetenschappen vlotter verwerken. Terug naar de 2e graad …

Vanaf de derde graad is er een specialisatie mogelijk via de drie mogelijke leerplannen:
Studierichtingen met in de naam wetenschappen krijgen het zwaarste programma wetenschappen met veel practica. Binnen de seminarie-uren kunnen ze hun experimenteervaardigheid verder uitbouwen. Deze leerlingen gaan op excursie naar de kerncentrale van Doel en naar het labo voor menselijke genetica van de universiteit Antwerpen. Deze leerlingen zijn het best voorbereid om later wetenschappen te gaan studeren.
Studierichtingen met wiskunde in de naam maar zonder wetenschappen krijgen een minder sterk programma wetenschappen maar ook daar zijn wetenschappelijke richtingen verder mogelijk. Ook de ingangsproef geneeskunde is mits een extra inspanning in het laatste jaar mogelijk.
De andere richtingen krijgen vanaf het vijfde jaar natuurwetenschappen. Dit vak omvat chemie, fysica en biologie met weinig wiskundige uitdieping. Voor de leerlingen komt dit minder saai over en is dit vak meestal geen struikelblok. Nadeel: minder mogelijkheden in de richting wetenschappen en de ingangsproef geneeskunde is uitgesloten. Voor paramedische richtingen geven ze wel een voldoende basis. Terug naar de 3e graad …